Mevrouw Roberta Hofman noemt zich expert op het gebied van kraanwater. Zij is regelmatig te gast bij Radar. Daar blijft ze steevast zeggen dat ons drinkwater veilig is. Als daarmee bedoeld wordt dat het net zo ‘safe and effective’ is als de vaccins tijdens de Coronatijd dan slaat ze de plank goed mis. Nog steeds is er elke week nog steeds sprake van oversterfte (900 mensen).
Het geval is dat de ‘oude’ stoffen wel redelijk onder controle zijn, maar dat er dagelijks nieuwe chemische stoffen worden ontwikkeld, waarvan de gevolgen niet bekend of niet te traceren zijn.
De stelling dat we “achter de feiten aanlopen” is grotendeels correct. Hoewel de waterzuiveringstechnologie in Nederland en Europa volgens de overheid en wetenschappers ‘van een zeer hoog niveau’ is, komen er sneller nieuwe chemische stoffen in het milieu terecht dan dat ze eruit gefilterd kunnen worden. Het gaat hierbij om “opkomende stoffen” zoals PFAS, medicijnresten, bestrijdingsmiddelen en microplastics.
Er is een forse achterstand in zuivering. Er wordt nu gehoopt dat het in 2030 helemaal schoon is, wat betekent dat dat nu dus nog niet het geval is. Traditionele rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) zijn niet ontworpen om deze complexe, vaak micro-verontreinigingen volledig te verwijderen. Een deel van deze stoffen stroomt via gezuiverd afvalwater alsnog naar oppervlaktewater.
Tienduizenden onbekende stoffen: het RIVM en de Algemene Rekenkamer waarschuwen dat steeds meer nieuwe chemische stoffen in rivieren en sloten worden gevonden, soms in te hoge concentraties. Er zijn alleen al in de Rijn tienduizenden chemische stoffen aanwezig, waarvan er slechts een beperkt aantal wordt gemeten.
PFAS en hardnekkige stoffen: Stoffen zoals PFAS (“forever chemicals”) zijn zeer moeilijk afbreekbaar en vereisen geavanceerde, dure filtertechnieken, zoals actieve kool of ozonisatie, die nog niet overal zijn toegepast.
De bron is de sleutel: omdat de hoeveelheid stoffen blijft groeien, is het onmogelijk om alles achteraf uit het water te zuiveren. Experts benadrukken daarom dat de oplossing bij de bron moet liggen: het voorkomen dat deze stoffen in het rioolwater terechtkomen.
Conclusie:
We lopen inderdaad achter de feiten aan omdat de chemische industrie en het gebruik van chemicaliën sneller innoveren dan de waterzuiveringstechnieken. Er wordt hard gewerkt aan technologische oplossingen (zoals nanotechnologie), maar zonder strengere regels en bronreductie blijft de druk op het watersysteem onverminderd groot.
Het grootste riool van Europa, dat was de bijnaam van de Rijn in de vorige eeuw. Nadat door een brand bij een Zwitsers chemieconcern in 1986 bijna 30 ton chemicaliën met het bluswater de rivier instroomde, moest het anders. Inmiddels zijn er strenge regels en drijven dode vissen niet meer in de rivier. Maar er is een ander, onzichtbaar gevaar: duizenden onbekende stoffen uitgestoten door de industrie.
30 miljoen mensen, van wie 5 miljoen Nederlanders, krijgen hun drinkwater vanuit de Rijn. Maar er staan ook honderden fabrieken langs de rivier, vooral uit de chemische industrie, die dagelijks hun afvalwater in de Rijn lozen. Omdat er drinkwater van wordt gemaakt, wordt dit water continu gemeten op een paar honderd bekende schadelijke stoffen, zoals zink en lood. Deze stoffen worden vervolgens uit het water gezuiverd door de drinkwaterbedrijven.
Maar er wordt regelmatig nóg een meting gedaan: naar ónbekende stoffen. Met de techniek van non target screening (NTS) kun je elke stof meten die zich in het water bevindt. Hoeveel van deze onbekende stoffen bevinden zich eigenlijk in de Rijn? Het Duitse onderzoeks-collectief ‘Correctiv’ liet met Pointer een NTS-meting uitvoeren op verschillende punten in de rivier, die zijn oorsprong heeft in Zwitserland.
“We namen drie monsters: één bij Basel bij het beginpunt, één bij Keulen en één bij Lobith, vlak over de grens waar de Rijn Nederland inkomt”.
De nieuwe PFAS
In een Duits laboratorium werden de monsters geanalyseerd. De laboranten keken naar onbekende moleculen in het water die ineens in een grote hoeveelheid voorkwamen, zogenoemde piekjes. In het Zwitserse monster waren dat er zo’n 100, in het Duitse monster liepen die al richting de 200 en in Nederland waren het er 300.
“Die piekjes kunnen komen van organische stoffen die sowieso al in de Rijn voorkomen, zoals bladeren”, vertelt Stefan Bieber van NTS-laboratorium Afin-TS. “Maar gezien het feit dat er zoveel industrie langs de rivier staat en de piekjes oplopen naarmate we richting de Noordzee gaan, kunnen we ervan uitgaan dat die piekjes een chemische oorsprong hebben.”
Wát die moleculen precies zijn en hoe gevaarlijk ze zijn, is niet makkelijk vast te stellen. In theorie kan hier dus de nieuwe PFAS tussen zitten, maar het zal volgens de onderzoekers jaren duren voordat we daarachter zijn. Dit soort metingen betalen zich pas uit als er continu wordt gemeten, leggen ze uit. Dan wordt het mogelijk om veranderingen te ontdekken en die pieken echt te identificeren.
Onbekende stoffen schaden gezondheid
“Onbekende stoffen kunnen grote effecten hebben op onze gezondheid”, zegt Werner Brack. Hij is expert op het gebied van chemische waterverontreiniging en verbonden aan een onderzoeksinstituut voor milieu in Leipzig.
“Je kunt denken aan allergieën, hormonale reacties, effecten op de voortplanting, ontwikkelingsstoornissen”, zegt Brack. “Dit kan allemaal geactiveerd worden door de chemicaliën die in de waterlichamen te vinden zijn.” Uit zijn onderzoeken wordt steeds duidelijker dat vooral de cocktails van die chemicaliën effect kunnen hebben op het menselijk lichaam.
30.000 onbekende stoffen
Het staatsagentschap van Milieu in Nordrhein Westfalen, de deelstaat die tegen Nederland aanligt, schat dat er 30.000 onbekende, ongeregistreerde chemische stoffen in de Rijn drijven. En dat stroomt allemaal Nederland in.
De gemiddelde burger schrikt hier misschien van. Maar Gerard Stroomberg, directeur van de vereniging van rivierwaterbedrijven RiWa Rijn, niet.
“Met NTS zet je je meetdetector wagenwijd open en je meet alles wat je maar kunt zien. De vraag is: wat hoort er in het water thuis en wat hebben we zelf als mens via de industrie eraan toegevoegd.”
Het is daarom een gegeven dat we nooit weten wat er precies in ons water zit. Maar Stroomberg vindt het belangrijker om ons te richten op de veroorzakers. “We kunnen jaren ons best doen om de gevonden stoffen te identificeren, maar ik wil vooral weten waar het vandaan komt en wie het in de rivier heeft geloosd.”
Geen grenswaarden in Duitse vergunningen
Bedrijven mogen niet zomaar chemicaliën in het water lozen. In Europa zijn daar regels voor: de industriële emissierichtlijn. Als je iets wil lozen, moet je een vergunning hebben. Daar staat in wat je als bedrijf doet om die vervuiling tegen te gaan en áls je loost, is er een grenswaarde.
Maar: “In Duitsland worden vergunningen afgegeven waar geen grenswaarden in staan”, zegt Stroomberg. Hij heeft hierover aan de bel getrokken en inmiddels bemoeit de Europese Commissie zich hiermee.
Langs de Rijn staan honderden fabrieken: die produceren chemicaliën, medicijnen, pesticiden, plastic en verf. Correctiv heeft de grootste vervuilers in Duitsland gevraagd welke nog niet onderzochte microverontreinigingen zij lozen – daar kregen zij geen concrete antwoorden op.
Gevolgen voor drinkwater
Stroomberg zou het liefst om de kilometer in de Rijn een NTS doen. “Dan zijn lozers snel te detecteren en kan je direct aan ze vragen om welke stoffen het gaat.”
“Natuurlijk is er in Nederland ook veel industrie”, zegt de directeur van RiWa-Rijn. “Maar de Duitse industrie veroorzaakt een grote toename van onbekende stoffen en dat heeft gevolgen voor de zuivering van ons drinkwater.”
Wel verzekert Stroomberg dat we in Nederland dezelfde NTS-metingen gebruiken om de kwaliteit van ons drinkwater scherp in de gaten te houden.
“Het drinkwater in Nederland is het best gecontroleerde water dat we hebben. We gebruiken uitgebreide zuiveringsstappen en kunnen veel gevonden stoffen verwijderen. En zodra we één bacterie vinden, leggen we de hele boel plat. Maar liever zouden we zien dat deze stoffen überhaupt niet inkomen.”
Maar ja, als er dagelijks nieuwe chemische stoffen in de Rijn worden geloosd en we die pas over een paar jaar tegenkomen, is het een leugen als mevrouw Hofman blijft beweren dat ons drinkwater veilig is, nou ja, net zo safe and effective als de vaccins tegen Corona. Zeker zolang een bedrijf heel gemakkelijk aan een vergunning kan komen om die stoffen in het water te lozen, en die vergunning voor het leven geldt, zou ik toch een beetje dimmen als ik mevrouw Hofman was.