Negen jaar geleden, in 2013, stond de teller op bijna 5 miljoen chronisch zieke mensen, in 2018 was dat aantal al verdubbeld. Hoeveel het er nu zijn, weten we niet, maar we kunnen er gevoeglijk van uitgaan dat dat de laatste jaren niet minder is geworden.

Wat is er dan gebeurd dat we als maatschappij in relatief korte tijd zo verziekt zijn? Om te beginnen zijn we anders gaan eten. Vroeger, toen ik klein was, haalde je je voedingsproducten bij kleine winkeltjes: de bakker, de slager, de kruidenier en de melkboer. Vanaf 1960 begon de opmars van de supermarkt. Dat ging zo geleidelijk dat we het nauwelijks gemerkt hebben.

Gelijk op ging de verandering van natuurlijke naar bewerkte voeding. Dat had alles te maken met een veranderende opschalende economie en grotere industrieën zoals de voedingsindustrie die kolossale bedrijven voortbracht als Albert Heijn en Unilever. Deze bedrijven dreven op aandeelhouders. Waar de kleine bedrijfjes van vroeger vaak familiebedrijfjes waren die genoeg geld probeerden te verdienen om ervan rond te kunnen komen, ging het steeds meer om winst die gedeeld werd met de aandeelhouders. Om winst te kunnen maken, is het zaak veel om te zetten en weinig kosten te maken. Daar zit hem de kneep.

In plaats van natuurlijke producten waar alleen natuurlijke ingrediënten in zaten, kwamen er steeds meer producten op de markt die opgebouwd waren uit veel goedkopere, maar ook veel ongezondere bewerkte, geraffineerde, synthetische en chemische bestanddelen. De natuurlijke ingrediënten konden gemakkelijk door ons lichaam verwerkt worden (lichaamseigen) omdat ze nauwelijks verschilden van wat we als soort altijd hadden gegeten en gedronken – wat de natuur ons gaf: schoon water, noten, planten, fruit, zaden, vlees en vis. Daarom herkende ons lichaam deze nieuwe, moderne stoffen niet als voeding. Het wist zich geen raad met deze vreemde stoffen en verpakte ze in vet en sloeg deze pakketjes zo lang op in onze buikholte, rond onze vitale organen.

Dat kon natuurlijk niet goed blijven gaan en dat ging het ook niet. Geleidelijk aan werden we zieker en zieker. De cijfers schoten omhoog. De ziektes die de meeste slachtoffers maakten, noemden we de welvaartsziektes, ziekten als diabetes, obesitas (we werden ook steeds dikker), hart – en vaatziektes en kanker. Ik weet nog dat in het dorp waar ik woonde slechts een jongetje kanker had. Kanker kwam dus zelden voor.

Gelijktijdig veranderde ook de gezondheidszorg. Ziekte werd geleidelijk aan een verdienmodel waar synthetische op olie gebaseerde medicijnen steeds belangrijker werden. Deze steeds machtigere gezondheids- en farmaceutische industrieën bepaalden dat we steeds meer medicijnen moesten slikken en dat deden we braaf. Ook daar wist ons lichaam zich geen raad mee. Maar in plaats van minder ziekte, leverde dit – zoals we net zagen – alleen maar meer chronisch zieke mensen op. Een gezonde patiënt leverde immers geen geld op.

Ook ontstonden er bedrijven die chemische stoffen produceerden waar bijvoorbeeld pesticiden van werden gemaakt. In 1954 werden daar voor het eerst regels voor gesteld (deze gelden overigens nog steeds). Maar niet alleen daarvoor werden ze gebruikt, ze gingen ook steeds meer deel uitmaken van onze voeding. Van natuurlijke producten bestond ons eetpatroon gaandeweg steeds meer uit bewerkte producten, producten dus waarin lichaamsvreemde, in een laboratorium ontwikkelde stoffen als e-nummers zaten.

Maar ook wijzelf veranderden. We vonden die supermarkten best handig. Nu hoefde je nog maar naar een winkel, daar kon je alles tegelijk halen. Bovendien werden de producten langer houdbaar, zoeter en mooier. Wat wil een mens nog meer? Maar wat we niet wisten, is dat deze nieuwerwetse producten de belangrijkste oorzaak waren van het stijgende aantal ernstig zieke mensen in ons land. We wisten ook niet dat deze bedrijven, met goedkeuring van de overheid, steeds gevaarlijkere producten ontwikkelden waarvan de afvalstoffen gedumpt werden in het water en de lucht, hetgeen ook niet echt meehielp om gezond te blijven.

Deze stoffen, zoals bijvoorbeeld duizenden e-nummers, werden gepresenteerd als stoffen waarmee we de producten zo konden maken dat ze aan onze wensen voldeden, dat ze een negatieve invloed op onze gezondheid hadden werd daarbij verzwegen. Toen de industrie begon met onderzoek naar hoe onze hersenen op deze stoffen reageerden, en bleek dat wij op geraffineerde suiker net zo heftig reageerden als op cocaïne, was het hek helemaal van de dam. Daarmee hadden ze ons in de tang.

Inmiddels zit dat goedje, naast geraffineerde zout en geraffineerd, bewerkt vet, zo’n beetje in alle voedingsproducten die we in de supermarkt kunnen kopen. Vooral de laatste decennia zijn daar andere chemische stoffen bij gekomen die geraffineerde suiker steeds meer zijn gaan vervangen vanwege het slechte imago ervan, stoffen die honderden keren zo zoet waren. Al met al is het dus niet bepaald vreemd dat we steeds zieker zijn geworden.

Chronisch Gezond wil je helpen je bewust te worden van hoe gezond (of ongezond) je nu leeft, welke andere gezondere mogelijkheden er zijn en hoe je daarin de juiste keuzes kan maken.

Chronisch gezond gaat dat avontuur graag met je aan.

Omdat alles zo geleidelijk is gegaan, en de media daar geen ruchtbaarheid aan hebben gegeven, weten veel mensen dit niet. We denken zelf niet meer na, maar vertrouwen blind op de autoriteiten. We kunnen ons niet voorstellen dat de producten in de supermarkt ons ziek en dik maken, dat de overheid het toelaat dat er bestrijdingsmiddelen op zitten, dat bedrijven chemische stoffen in ons water dumpen en dat het water uit de kraan lood bevat. 

We weten ook niet dat stress een belangrijke killer is, dat de schermen waar de meeste van ons uren per dag achter zitten, schadelijk zijn, dat we daar slechter door slapen, dat zitten het nieuwe roken is geworden en dat samengevat onze manier van leven de belangrijkste oorzaak is van het enorme aantal chronisch zieke mensen.

Wat we ook niet weten is dat de huisarts alleen iets afweet van synthetische medicijnen, dat de bijwerkingen daarvan leiden tot weer nieuwe chronische aandoeningen waar we weer andere medicijnen voor moeten slikken, die weer bijwerkingen hebben…, dat we samengevat in een vicieuze cirkel zijn terechtgekomen, waar we geen uitweg uit zien. 

De huisarts wil vaak niets weten van gezondere alternatieven (zoals gezonde voeding), die deze ziektes wel kunnen verslaan, maar blijft – omdat dat hij dat tijdens zijn studie niet heeft gehad – gewoon doen wat hij altijd deed: meer medicijnen voorschrijven. We realiseren ons niet dat aan onze gezondheid miljarden wordt verdiend en dat we daar niet beter door worden.  We vragen ons niet af: kan het ook anders? 

De weg naar gezondheid is een enerverend avontuur.

Als we dat wel zouden doen, zouden we er snel achter komen dat het echt wel anders kan. Het is helemaal niet zo ingewikkeld om anders te eten en te drinken, het voelt goed om meer te bewegen, ontspannen en actief te zijn. 

Er is de laatste jaren een hele nieuwe industrie ontstaan, die zich onderscheidt van wat ik noem de reguliere industrie. Deze gezondheidsindustrie houdt zich in tegenstelling tot deze reguliere industrie WEL bezig met het belang van de ‘klant’: gezondheid. 

Daarom is dit een uitstekend moment om aan een gezonder leven te beginnen. Dit zal niet alleen leiden tot een gezonder, maar ook tot een slanker lichaam, meer energie, met als bonus een prettiger en socialer leven.